SIDEBAR
»
S
I
D
E
B
A
R
«
Waarschuwing voor financiële voorzichtigheid of hoe Jip en Janneke met hun geld omgaan.
mei 14th, 2015 by martin

Hoe  komt  het  toch  dat  de  wethouder  financiën  aan het  begin  van  elk  financieel  jaar  roept  dat  de gemeente Woensdrecht het boekjaar met een negatief resultaat afsluit? In dit geval gebeurt het bij de behandeling van de begroting.

Wanneer  de  jaarrekening  wordt  gepresenteerd  blijkt  er,  vooral  de  laatste  jaren,  toch  nog  een overschot te zijn. In 2014 hebben we zo’n 1,5 miljoen euro meer overgehouden dan dat we hadden begroot.
Ik kan mij voorstellen dat de inwoner denkt “wat is dit allemaal?; elk jaar aan het begin de donkere wolk theorie presenteren om uiteindelijk in de plus te eindigen”.
Ik vind  het belangrijk om in ieder geval altijd een financieel voorzichtig beleid te voeren. Dat staat zo ook in het coalitie programma. Daarmee gaan we “onnodige” risico’s uit de weg. De begroting van de gemeente  Woensdrecht  wordt  gevuld  met  verwachte  inkomsten  en  uitgaven.  Een  belangrijke spelregel  bij  de  gemeentelijke  begroting  is,  dat  alle  structurele kosten  (dat  zijn  kosten  die  jaarlijks terugkomen)  moeten  worden  betaald  (gedekt)  uit  structurele  opbrengsten  (dat  zijn  opbrengsten waarvan we weten dat we ze jaarlijks hebben). Aan  het  eind  van  het  jaar  wordt  de  financiële  rekening  opgemaakt.  Wat  blijkt  nu,  we  hebben  de laatste jaren enkele incidentele (eenmalig en niet te voorziene) opbrengsten en kosten gehad. Deze incidentele  opbrengsten  bleken  telkens  hoger  te  zijn  dan  de  kosten.  Daarnaast  is  het  zo  dat  het structurele resultaat redelijk op koers ligt. Dit jaar € 70.000,00 structureel in de plus. Maar wanneer we daar het incidentele resultaat aan toevoegen ontstaat er een plus van 1,5 miljoen euro. Welke deze incidentele kosten en opbrengsten zijn, staat uitvoerig beschreven in de jaarrekening van de  gemeente  Woensdrecht,  die  na  vaststelling  door  de  gemeenteraad  op  onze  gemeentelijke website is te raadplegen.

Een  belangrijk  juridisch  criterium  is  het  toepassen  van  de  financiële  spelregels  in  gemeenteland. Gemeenten  en  andere  overheden  moeten  zich  houden  aan  de  richtlijnen  van  het  BBV  (Besluit Begroting  en  Verantwoording  provincies  en  gemeenten).  Daarin  staat  precies  beschreven  hoe overheden moeten waarderen, calculeren en interpreteren.  Het belangrijkste in deze context is dat structurele kosten in balans moeten zijn met structurele opbrengsten.
Veel  inwoners  en  daaronder  ook  veel  ondernemers  maken  jaarlijks  een  begroting.  Om  het  jaar sluitend  te  maken  mogen  ook  incidentele  opbrengsten  in  de  begroting  worden  meegenomen. Tenslotte gaat het  er  om  te  bepalen of je nergens “je broek aan scheurt” wanneer je vooraf geen financiële  verkenning  naar  de  toekomst  hebt  gemaakt.  De  financiële  verslagleggingseisen  van  het bedrijfsleven  zijn  geregeld  in  de  Wetgeving  op  de  jaarrekening.  Deze  wetgeving  is  anders  dan  de richtlijnen van het BBV.

Wanneer  ik  voor  mezelf  persoonlijk  een  jaarlijkse  begroting  zou  maken  zou  ik  met  het  volgende rekening houden.
Wat zijn mijn structurele inkomsten? Dat is vrijwel altijd loon inclusief vakantiegeld en eventueel een dertiende  maand  etc..  Wat  zijn  mijn  structurele  kosten?  Velen  van  u  zijn  gezegend  met hypotheeklasten dan wel huurkosten en ga zo maar door. U kunt ongeveer zelf wel bepalen welke kosten u maandelijks,  dan wel  met  een andere periodiek,  voor uw rekening komen. Wanneer u de juiste  structurele  opbrengsten  afzet  tegen  de  juiste  structurele  kosten  dan  kunt  aflezen  wat  u structureel overhoudt dan wel te kort komt. Dit is dan ook het bedrag waar de gemeente mee rekent als  het  haar  boekhouding  betreft.  Wanneer  u  een  onverwachte  eenmalige  bonus  krijgt  of  een onverwachte teruggave van uw energierekening, erfenisje, hogere inruilwaarde auto, meevallers en overige  koopjes dan houdt u daar (wanneer u dat allemaal zou bijhouden in uw administratie)  geld aan  over  wat  u  vooraf  niet  had  berekend.  Resultaat:  incidentele  opbrengsten  en  dus  positief financieel resultaat.
Los van het feit dat het niet de bedoeling is en ook niet de verwachting is,  kun je in ieder geval altijd beter een positief resultaat hebben dan een negatief. Is dit nu altijd geluk? Misschien wel,  doch geluk kun je ook afdwingen. Dat afdwingen proberen we op onze beurt weer door het financiële voorzichtigheidsprincipe te hanteren. Ik weet dat dit verhaal niet helemaal compleet is maar wel in grote lijnen de  vlag is die de lading dekt.
Moraal: Wees voorzichtig met geld, schat vooraf in wat je jaarlijks aan middelen binnenkrijgt en zet daar tegenover wat u jaarlijks moet uitgeven. Wedden dat u geld overhoudt ?!. (Uiteraard bevestigen de uitzonderingen de regel.)

Met vriendelijke groet,

Martin Groffen
Wethouder financiën

Het is tijd om de belastingen van de gewone man aan te pakken
okt 13th, 2014 by martin

Syp Wynia is columnist bij Elsevier weekblad.
Zijn blik op de (economische) samenleving is verhelderend en zet aan tot opinievorming.

Zoals ook zijn stuk over de Bulgarenfraude wilde ik u dit ook niet onthouden.

Martin Groffen

 

Het blijft zuur dat Nederlandse burgers al sinds de eeuwwisseling niets extra’s hebben verdiend. Ze zijn er gemiddeld zelfs op achteruit gegaan.

Nederland is een raar land. Aan de ene kant hebben we de grootste schulden (hypotheken) ter wereld, aan de andere kant wordt nergens meer gespaard (pensioenfondsen) dan hier. We hebben veel grote bedrijven, maar bijvoorbeeld ook het hoogste percentage gesubsidieerde huurwoningen.

Op de knip

In Brussel hebben ze moeite om de economie van zo’n land te begrijpen. Daar kennen ze eigenlijk maar twee soorten landen: landen waar ze meer lenen dan ze redelijkerwijs kunnen betalen (de zuidelijke) en landen die hun hand op de knip houden, zoals Duitsland en Nederland.

Omdat ze in Brussel vinden dat de zuidelijken spaarzamer moeten zijn dan ze waren en de noordelijken juist de teugels moeten laten vieren, wordt het interessant te weten of wij echt wel zo spaarzaam zijn.

Nationaal inkomen

Om daarachter te komen, leunen we op enkele publicaties van De Nederlandsche Bank. Die kwam vorig jaar zomer al met de vrij opzienbarende conclusie dat Nederlanders al twintig jaar minder te besteden hebben.

Sinds 1992 was het aandeel van huishoudens in de verdeling van het nationaal inkomen gezakt van ruim 54 procent naar nog geen 45 procent in 2012. Zonder die daling was er in 2012 per huishouden 7.500 euro extra te besteden geweest.

Terwijl het besteedbaar inkomen van huishoudens naar verhouding afnam, groeide het aandeel van de overheid, de zorg, de pensioenfondsen en ook dat van de bedrijven in de verdeling van het nationaal inkomen.

Dat de kosten van de zorg opliepen, wisten we al. Ook de pensioenpremies zijn verhoogd, om de verslechterde beleggingsopbrengsten te compenseren. Maar dat bedrijven een zoveel groter beslag op het nationaal inkomen zouden leggen, was verrassend. Hun aandeel in het nationaal inkomen nam toe door loonmatiging, lage rentes en fors verlaagde winstbelastingen.

Goedkope computers

Kleinere bedrijven hielden winsten binnen de deur, omdat eigenaren geen zin hebben om zichzelf hoge salarissen uit te betalen als ze daarover veel belasting moeten betalen. Grote, internationaal opererende bedrijven zagen hun inkomsten groeien door winstgevende buitenlandse dochters.

Beursgenoteerde bedrijven kochten van de winst eigen aandelen in, in plaats van die in dividend uit te keren. Aan investeringen in Nederland werd minder uitgegeven, mede door een verschuiving van dure machines en gebouwen naar goedkopere computers.

Terwijl bedrijven aan het oppotten sloegen, zijn Nederlandse huishoudens sinds begin jaren negentig juist veel minder gaan sparen. Toen het goed ging, beleenden gezinnen hun huis om geld uit te geven; toen het slecht ging, moesten ze meer belasting, zorgpremie en pensioenpremie betalen. Hierdoor viel er weinig te sparen, al nam het aflossen van schulden de laatste jaren wel iets toe.

Spaarsaldo

Dat het volgens internationale vergelijkingen toch lijkt alsof Nederland een ongekend hoog spaarsaldo heeft, komt mede door vertekenende statistieken rond grensoverschrijdende winsten van multinationals, waarvan Nederland er veel heeft. De uitgekeerde winsten stromen grotendeels naar buitenlandse aandeelhouders, de ingehouden winsten dragen bij aan het naar internationale maatstaven torenhoge Nederlandse spaarsaldo.

Doordat de statistieken de indruk wekken dat Nederland als geheel spaarzaam is, zit Brussel ons achter de broek om niet zo op de centen te zitten en meer uit te geven.

Nadeel

Dat is weer een zodanig nadeel van een grootschalige economische en monetaire unie. In Brussel doen ze net alsof alle landen standaardlanden zijn, maar geen enkel land is standaard. Een klein land als Nederland wijkt bijvoorbeeld af door de hoge concentratie grote internationale bedrijven.

Die multinationals laten hun geldhuishouding door Nederland lopen, ook als hun economische activiteiten zich vooral elders afspelen. Dit verstoort het beeld van wat er in Nederland werkelijk wordt verdiend en gespaard. Maar vertel ze dat maar eens in Brussel.

Nuttig

Ook los van de hocus pocus met in Brussel onbegrepen statistieken blijft het een zuur feit dat Nederlandse burgers al sinds de eeuwwisseling niets extra’s hebben verdiend. Ze zijn er gemiddeld zelfs op achteruit gegaan.

Terwijl de belastingen en premies voor zorg en pensioen omhoogvlogen en reële lonen daalden of nauwelijks stegen, daalden de winstbelastingen. Dat laatste is op zich nuttig. Toch wordt het tijd om eindelijk de belastingen en premies voor de gewone man aan te pakken.

 

 

Pauw en Witteman dominante politieke platform
jan 20th, 2014 by martin


Voor aan politiek gerelateerd debat is Pauw & Witteman het dominante platform geweest in het afgelopen decennium. Het programma kende een breed palet aan politieke gasten van een grote variëteit aan partijen. Uit de netwerkvisualisatie is dit duidelijk af te lezen: alle gasten in het netwerk zijn ooit bij Pauw en Witteman geweest. In de directe nabijheid bevinden zich veel prominente politici die, zoals af te lezen aan hun positie in het netwerk en de dikte van de verbinding, het vaakst bij Pauw en Witteman aanschoven. Nuancerend moet hierbij worden opgemerkt dat Pauw en Witteman volgens de data van IMDB ook aanzienlijk meer gasten in de uitzending heeft gehad dan de andere programma’s, waardoor de netwerkvisualisatie een vertekend beeld geeft.

Klik hier voor de  link naar alle resultaten van het onderzoek.

Kansen aan de grens
jan 20th, 2014 by martin

Het rapport “Kansen aan de grens” bevat op blz. 57 het interview met mij.

Huidige Situatie
Wethouder Groffen kenschetst de gemeente en zijn ligging. De gemeente Woensdrecht is gelegen
tussen de havens (inclusief industriegebieden) van Rotterdam en Antwerpen en grenst aan een vijftal
Belgische gemeenten: Antwerpen, Stabroek, Kapellen, Essen, Kalmthout.

——->  Download het rapport om het geheel te lezen vanaf blz. 57 (Woensdrecht)   <——-

 

 

De staat als pinautomaat ?!. (deel 2)
jan 14th, 2014 by martin

 

 

Bewerkt door Martin Groffen.

Ik ben het, en ik draag het daarom ook graag uit, helemaal eens met de bevindingen van Syp Wynia. Hij is redacteur bij Elsevier en de bron van vrijwel dit hele stuk. Zijn tekst en visie heeft mij optimaal geïnspireerd om deze aan u over te dragen.

Martin Groffen

Wethouder Financiën en sociale zaken Woensdrecht

 

Deel 2.

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar een eeuw geleden gaf de staat nog maar een tiende van het nationaal inkomen uit. Nu is dat de helft, en dat is grotendeels te wijten aan de uitgaven voor zorg en uitkeringen.

Een eeuw geleden gaf de overheid haar geld vooral uit aan klassieke taken als binnenlandse en buitenlandse veiligheid, infrastructuur en de eigen bestuurskosten. Bij die klassieke taken belandt nu nog geen 30 procent van de collectieve uitgaven. Op de klassieke taken – gevangenissen, defensie – wordt echt bezuinigd, terwijl de ruwweg 60 procent van de collectieve uitgaven die naar uitkeringen, zorg en welzijn gaan, nog steeds doorgroeien. Het laat zich niet becijferen welk deel van de ruwweg 200 miljard die aan uitkeringen, welzijnssubsidies en zorgkosten worden uitgegeven onbedoeld, oneigenlijk of zelfs frauduleus wordt besteed. Vaststaat dat de meeste grondleggers van de zorgstaat het zo niet hadden bedoeld, dat veel geld onnodig wordt uitgegeven en dat een aanhoudende reeks van fraudegevallen wijst op een structureel probleem.

De verzorgingsstaat kwam ruim honderd jaar geleden op gang, omdat ook de hogere klassen het niet fijn vonden dat er armoedzaaiers waren die een bron van onveiligheid en ongezondheid konden vormen. Sociaal democraten als Willem Drees wilden een eind maken aan de schrijnende armoede, die vooral bij ouden van dagen was geconcentreerd. Maar gaandeweg vormde de zorgstaat zichzelf en zijn burgers; iedereen maakt er gebruik van, iedereen kan ervan profiteren. Dat is een bewust nagestreefd mechanisme.

Ook wie zelfredzaam zou kunnen zijn, moet van de verzorgingsstaat kunnen profiteren, vond bijvoorbeeld de voormalig PvdA leider Wouter Bos. Anders zou de middenklasse, die het merendeel van de kosten draagt, kunnen besluiten er ook maar niet meer voor te betalen.

De zorgstaat is zo een demoraliserend fenomeen geworden, dat van iedereen is en dus van niemand. Er is vrijwel geen burger die beseft hoe de zorgstaat aan zijn geld komt, hoe bijvoorbeeld het verschil tussen bruto en netto op het loonstrookje tot stand komt en dat werkgevers ook nog geld in de schatkist storten dat niet op het loonstrookje staat, maar wel degelijk bij de loonkosten hoort. De ondoorzichtige financiering van de zorgstaat draagt bij aan het onbedoelde gebruik, het misbruik en de fraude.

 

De zorgstaat die armoede en gebrek wilde voorkomen, is zo een inherent frauduleus monster geworden. Overheden en instanties zijn minstens zo calculerend als de burger in het optimaal profiteren van dat anonieme monster. Als burgers al door hun individuele moraal zouden worden geremd in het plukken van de zorgstaat, dan is er wel het slechte voorbeeld van de managers van de zorgstaat –  zoals topmensen van woningcorporaties, onderwijsconglomeraten en zorginstellingen – die megalomaan wanbeleid paren aan het vullen van eigen zakken. Waarom zouden burgers netter moeten zijn dan hooggeplaatsten die in een waas van hooggestemde idealen structureel immoreel te werk gaan?

 

Iedereen betaalt, iedereen tracht te profiteren. Niemand voelt zich verantwoordelijk en zowel de publieke als de particuliere moraal heeft er structureel onder geleden. Onderwijsinstellingen frauderen, getuige hbo- en diplomafraude. Zorginstellingen en zorgprofessionals zorgen ervoor dat regels worden opgerekt en calculeren ten koste van de samenleving. Werkgeversorganisaties en vakbonden eisen hun deel van de ‘taart’ en gooien de rekening over de schutting van de zorgstaat.

En zo werd heel Nederland als de Bulgaarse zigeuners die zich er dit voorjaar over beklaagden dat de Nederlandse toeslagen die ze in eigen land uit de pinautomaat haalden, plotseling opdroogden omdat Turkse tussenpersonen naar hun idee alles opstreken. De Bulgaren hadden zich nooit afgevraagd hoe het kon, maar het kon – en zo ontstond een verworven recht, dat ze terug wilden.

De televisiebeelden van de verontwaardigde Bulgaarse zigeuners zorgden niet alleen voor grote ophef, maar wekten bij gelegenheid ook de lachlust op. Die lachlust valt alleen te verklaren uit herkenning. De moraal die de Bulgaarse zigeuners tentoon spreidden, wijkt ten diepste niet zoveel af van de moraal die in Nederland gemeengoed is geworden. Wat kan, dat gebeurt. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Een als het niet kan zoals het moet dan moet het maar zoals het kan. Zo heeft de maakbare samenleving niet alleen de samenleving, maar ook de mens veranderd. Van een in beginsel zelfredzaam en verantwoordelijk burger werd hij een afhankelijk burger. De staat maakte die burger misschien wel minder afhankelijk van zijn familie en andere sociale verbanden, maar maakte diezelfde burger afhankelijk van de staat.

 

Wie mensen verantwoordelijkheden afneemt, moet er niet van opkijken dat die mensen zich minder verantwoordelijk gaan gedragen, tot aan een onverschillige houding aan toe. Ook dat effect hadden de al te optimistische grondleggers van de verzorgingsstaat niet voorzien. Zo is het wellicht meest onbedoelde en treurigste effect dat het mensen met een zwakke moraliteit produceert. Zoals de rechtssocioloog Kees Schuyt een kwart eeuw geleden al zei: ‘‘Onze verzorgingsstaat kent tientallen regelingen die in feite een premie zetten op overtreding en op fraude.’’

SP-leider Jan Marijnissen voert, gesteund door een stoet bekende Nederlanders, onder het motto ‘Stop de Uitverkoop van de Beschaving’, al sinds de eeuwwisseling actie tegen elke maatregel die elk onbedoeld gebruik van de verzorgingsstaat wil inperken. Het is echter de vraag of de opgetuigde verzorgingsstaat wel de ‘‘beschaving’’ heeft gebracht waar Marijnissen prat op gaat. Het omgekeerde is minstens zo goed te verdedigen: de beschaving heeft geleden onder de verzorgingsstaat. Tot zover het slechte nieuws.

 

Goed nieuws

Het goede nieuws luidt dat een bedenkelijke mentaliteit die binnen enkele generaties gemeengoed is geworden, nog niet per se in de genen is gaan zitten. De bedenkelijke moraal van de verzorgingsstaat kan nog worden ingeperkt. Er is een weg terug, naar zindelijk denken, naar fatsoen, naar ooit zo gangbare deugden als zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Als het geld op is, zoals nu het geval is, is daar een mogelijkheid toe. Simpel zal het niet zijn. Verworven rechten, bedoeld of onbedoeld, immoreel of ronduit frauduleus: ze komen te paard, maar gaan te voet.

 

Het is duidelijk dat de huidige situatie in honderd jaar door plausibele verklaringen is gegroeid. Nieuwe tijden en nieuwe boven- en onderklasse. Mijn gevoel zegt dat we momenteel rijp zijn voor meer moreel en minder graaien. Zorg die zorg nodig heeft. Zelfredzaamheid en daarvoor worden beloond. Geen exorbitante beloningen in relatie met de bestaande levensstandaard.

Het is naar mijn mening ook goed uit te leggen dat de hogere inkomens iets kunnen inleveren. Maar dan wel op basis van vertrouwen.

 

Dit was deel 2 (laatste) van deze beschouwingen geïnspireerd door Syp Wynia. Hij is redacteur bij Elsevier en de bron van vrijwel dit hele stuk. Het eerste deel stond in de vorige nieuwsbrief van de VVD Woensdrecht.

De staat als pinautomaat ?!. (deel 1)
jan 14th, 2014 by martin

 

Bewerkt door Martin Groffen.

Ik ben het, en ik draag het daarom ook graag uit, helemaal eens met de bevindingen van Syp Wynia. Hij is redacteur bij Elsevier en de bron van vrijwel dit hele stuk. Zijn tekst en visie heeft mij optimaal geïnspireerd om deze aan u over te dragen.

Martin Groffen

Wethouder Financiën en sociale zaken Woensdrecht

 

Deel 1.

De actualiteit is dat onze staat door handige mede- Europeanen gebruikt wordt als “pinautomaat”. Vooral de Bulgaren speelde handig in op het verkrijgen van financiële middelen die voortvloeien uit recht van onze verzorgingsstaat. Fraude, misbruik, oneigenlijk gebruik. Maar is onze eigen Nederlandse moraal veel beter dan die van calculerende Bulgaren?

 

Hoe de verzorgingsstaat ons fatsoen uitholde.

We leefden ooit in een tijd dat Nederlanders werden geacht zichzelf te redden. Zelfredzaamheid was de norm. Je betaalde zelf de dokter, je oude dag, of hoopte dat je kinderen dat deden. Als het echt niet anders kon, viel je met schaamte en tegenzin terug op een karige bijdrage van kerk of armenkas.

We leven nu in een tijd dat het schaamtevol ophouden van de hand bij de armenkas is ingeruild voor het vanzelfsprekend, calculerend, massaal en maximaal gebruik maken van alles wat er bestaat aan uitkeringen, subsidies en toeslagen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. De moraal nu is: “Wie het niet doet, is een dief van de eigen portemonnee”. Zelfredzaamheid wordt door de overheid ontmoedigd. Daar komt ook nog bij dat het volstrekt onduidelijk is wanneer het echt nodig is.

Nederland is de schaamte voorbij. Dat was ook de bedoeling van minister Marga Klompé (KVP), die in de jaren zestig de Algemene Bijstandswet doorvoerde, onder het motto dat zo’n bijstandsuitkering iets was waar je ‘‘met opgeheven hoofd’ recht op kon laten gelden.

 

Moraal.

Doch het afglijden van de moraal als consequentie van de introductie van de zorgende staat hadden de autoriteiten toen en nu niet voorzien.

Sociaal bedoelde regelingen leidden systematisch tot veel hoger gebruik en er werden steeds weer regelingen geïntroduceerd die tot meer en onbedoeld gebruik, misbruik en regelrechte fraude leidden dan was voorzien. Echter, de zorgende staat leert niet van zijn fouten, maar herhaalt ze. Minister Gerard Veldkamp (KVP) meende in 1967 dat hooguit 150.000 tot 200.000 Nederlanders een uitkering zouden krijgen uit de WAO die hij aan het parlement had voorgelegd. Ruim twintig jaar later waren het er al bijna een miljoen.

Een uitkering waarbij de betrokken werknemer als diens werkgever baat had en werd uitgevoerd door vakbonden, werkgeversorganisaties en medici, moest wel uit de hand moest lopen. Al is dit wel een conclusie achteraf. En dus zo geschiede. De WAO is onrechtmatig gebruikt als alternatief voor de WW-uitkering.

Het leidde tot misschien wel de grootste fraude uit de Nederlandse geschiedenis. Toch is er nooit iemand voor veroordeeld. De wet had het misbruik namelijk zelf uitgelokt. In de praktijk; Bij Philips keurde de eigen medische dienst hele fabrieksafdelingen groepsgewijs de WAO in.

Zo heeft de verzorgingsstaat de Nederlandse moraal ondermijnd en structureel gecorrumpeerd.

Bejaarden die opgroeiden in een land met een door burgerlijk fatsoen getekend waardepatroon, steken elkaar nu aan in het maximaal gebruikmaken van de voordeeltjes van sociale- en zorgwetgeving. Wie de taxi, bus, scootmobiel of de werkster prima zelf kan betalen, peinst er niet over om geen gebruik te maken van de taxi op staatskosten of de thuiszorger, die maar al te vaak werk doet dat vroeger door de uit eigen zak betaalde werkster zou zijn gedaan. Uitzonderingen bevestigen hier de regel. Begrijpelijk, want er is door in het verleden aangezette quorum van arbeidsongeschikten en nieuwe bedrijfstak ontstaan.

 

Historie.

De Ongevallenwet van 1901 was de eerste wettelijk georganiseerde werknemersverzekering. In 1903 volgde de Woningwet, de landelijke subsidieregeling voor arbeiderswoningen. Maar de grote sprint van zelfredzaam Nederland naar het Nederland van de zorgende staat kwam pas in rond de vijftiger jaren van de vorige eeuw. De kinderbijslag kwam nog voor de Duitse bezetting en zaken als wettelijke ontslagbescherming en verplichte deelname in het ziekenfonds zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog ingevoerd. Liep Nederland in vergelijking met omringende landen tot die tijd achter met zijn sociale zekerheid, tijdens de bezetting en daarna werd dat rap anders.

In 1949 was er al de Werkloosheidswet,  in 1952 de Pensioenwet, in 1957 de AOW voor 65–plussers,

in 1965 de Bijstandswet met een zelfde inkomen ook voor wie niet had gewerkt, in 1967 volgde de WAO voor arbeidsongeschikte werknemers en in 1968 de AWBZ voor ‘’‘onverzekerbare’, langdurige zorg. Vooral die laatste twee waren in internationale vergelijking meteen al ongekend royaal. De WAO en de AWBZ zouden dan ook een ontembaar succes worden. Met als typisch Nederlandse bijzonderheid dat wie er gebruik van maakte, steeds vaker werd geplaagd door onduidelijke, vaak als psychisch getypeerde aandoeningen. Geen land zou, op papier dan, zo door psychische kwalen worden geplaagd. Nederland leed aan collectieve stress en er is dan maar direct financiële compensatie aan betrokkenen verleend. De collectivisering van Nederland ondermijnde wat eerder zonder staatszorg al bestond. De staat was de concurrentie aangegaan met burgers, bedrijven en hun maatschappelijke verbanden. En de staat won, want zij had diepe zakken – vooral in de dagen van economische welvaart en aardgasgelden.

 

Leermomenten?

Toen allang duidelijk was dat de zaak uit de hand liep, zijn nieuwe onderdelen aan de verzorgingsstaat toegevoegd. Persoonlijke budgetten voor gehandicapten (1997), de Wajong (1998) en inkomenssubsidies (‘‘toeslagen’’) voor kinderopvang, zorgpremies en huurhuizen (vanaf 2005). Deze regelingen zijn net zo’n groot succes als die uit de naoorlogse jaren.

 

De persoonsgebonden budgetten (pgb’s) kwamen er in de veronderstelling dat zo de enorme

toename van het aantal mensen in instellingen voor gehandicapten kon worden afgeremd. De pgb’s werden een eclatant succes. Hele gezinnen en hun omgeving kregen een extra inkomen door de voor hun hulpbehoevend verklaarde huisgenoot bedoelde zorgbudgetten. Fraude tierde welig. Toch ging de toestroom naar in de instellingen gewoon door.

In 2005 is onder druk van de professionele gehandicaptensector de definitie van een hulpbehoevende gehandicapte uitgebreid tot wie ‘minder begaafd’ is. Daardoor kon in theorie een tiende van de Nederlanders tot pupil van staatsgezondheidszorg worden verklaard. En wie niet door handicap (beperking in wat? MG) of matige intelligentie tot voorwerp van nationale zorg werd gemaakt, kon nog profiteren van de ook fiks uitdijende afkickindustrie, desgewenst in comfortabele resorts in zonnige oorden.

Ook de Wajong werd een succes. Die wet verschaft in beginsel een levenslange uitkering aan wie op zijn achttiende wordt verondersteld vanwege een – veelal psychische – handicap niet in een eigen inkomen te kunnen voorzien. Er zijn nu al 220.000 Wajongers !!

Rond het speciaal onderwijs ontstond een complete Wajongindustrie die hele leerlingenbestanden deze regeling in stuurde.

En, ook niet onbelangrijk: in 2004 werden gemeenten, die tot dan toe kaartenbakken vol ‘‘onbemiddelbare’’ bijstandtrekkers ongemoeid lieten en de rekening naar Den Haag stuurden, zelf verantwoordelijk voor de bijstandskosten. Daarop ruimden de gemeenten hun kaartenbakken op, onder meer door bijstandsklanten door te schuiven naar de Wajong. Niets menselijks is de gemeentelijke overheid vreemd. Instanties, overheden en bedrijven gedragen zich niet wezenlijk anders dan burgers bij de exploitatie van de verzorgingsstaat.

 

Uit welke hoek !

Het gangbare idee luidt dat de uitbouw van de verzorgingsstaat een linkse uitvinding is, omdat linkse politici de meeste moeite hebben met het inperken van sociaal bedoelde regelingen als die al te populair blijken.

Maar de meeste sociale wetgeving dateert uit de jaren vijftig toen vooral de Katholieke Volkspartij en de PvdA regeerden en de jaren zestig, toen de KVP vooral met de VVD regeerde. Er waren ook meer katholieke ministers die sociale wetgeving door het parlement loodsten dan sociaaldemocraten. En de VVD, die hobbelde doorgaans mee. Dit neemt niet weg dat de verzorgingsstaat wel degelijk onder linkse druk tot stand kwam.

Toen vanaf 1917 alle volwassenen stemrecht kregen, poogden niet alleen de socialisten en de communisten, maar ook andere politieke partijen arbeiders te paaien met sociale wetgeving.

Na 1945 waren vooral katholieke politici en hun kerk bang dat ‘hun’ arbeiders overliepen naar de PvdA. Kort na de oorlog speelde ook nog even de populariteit van de communisten, gestimuleerd door de rol van de Russische leider Jozef Stalin bij het verslaan van de nazi’s. Het introduceren van sociale wetten leek in de dagen van de Koude Oorlog een probaat middel om de communisten de wind uit de zeilen te nemen.

 

Tussenconclusie.

De verzorgingsstaat zoals we die nu kennen, is dus vooral een gevolg van de uitbreiding van de democratie. Kiezers waren niet meer in de eerste plaats belastingbetalers die door politici werden ontzien, maar kiezers wie het naar de zin moest worden gemaakt. Ook als dat tot een hogere belastingdruk leidde.

Vervolgens joeg de ontstane verzorgingsstaatbureaucratie de groei van die verzorgingsstaat verder aan. Er ontstond bijvoorbeeld een enorme rivaliteit tussen de ministeries van Sociale Zaken (een PvdA—ministerie) en het departement dat nu VWS heet en over zorg en welzijn gaat, en doorging voor een KVP ministerie.

De gepolitiseerde bureaucratieën rivaliseerden en samen waren ze een extra motor achter de uitdijende verzorgingsstaat. Het pleit werd aanvankelijk gewonnen door de PvdA’ers van Sociale Zaken, met hun uitkeringsindustrie. Maar sinds eind vorige eeuw is VWS de grote winnaar. Verzorgingsstaat Nederland is minder een uitkeringenstaat en steeds meer een zorgstaat aan het worden.

Die hele machine leidde in 1983 zelfs tot de huidige, wonderbaarlijke Grondwet – ingediend door VVD-minister Hans Wiegel – waarin de staat het tot zijn taak rekent om voor werk, onderdak, gezondheid, bestaanszekerheid, culturele ontplooiing, vrijetijdsbesteding en spreiding van welvaart voor zijn burgers te zorgen.

De Grondwet bevat niet slechts klassieke grondrechten meer, maar is ook een kerstboom vol ‘sociale grondrechten’ geworden. Wat in de voorgaande decennia in de praktijk was ontstaan, werd voor de toekomst in juridisch beton gegoten.

 

 

Voor of tegen, maar dan wel op rationele basis.
nov 15th, 2012 by martin

Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht heeft een verzoek van de Stichting Grote Prijs Adrie van der Poel om een bijdrage voor het organiseren voor  het  WK  cyclocross  2014  voorgelegd aan de gemeenteraad. Het voorstel is om in totaal € 60.000,00 uit te trekken ter ondersteuning voor het WK Cyclocross 2014. Aan de Raad wordt gevraagd om € 52.275,00 eenmalig uit het raadsbudget bij te dragen. Het overige komt uit het reguliere budget.

 

Waarom dit voorstel ?

Woensdrecht is de groene, actieve recreatiegemeente, met wielertoerisme in het bijzonder, op de Brabantse Wal. Het is de gewoonte om ons op deze wijze te profileren. Wij zijn geen stoffige gemeente; dat zijn we nooit geweest en dat willen we ook niet worden. Woensdrecht is een gemeente waar de diversiteit van economie hand in hand gaat met het bewaken van onze groene omgeving. Woensdrecht is een dynamische gemeente met smoel.

Wij dragen overal uit dat we actieve recreatie, met in het bijzonder de wielersport een warm hart toedragen. Dat is geen hobby van wethouders of raadsleden; daar is bewust voor gekozen. Mede door de grote wielerevenementen van de afgelopen 12 tot 15 jaar is Woensdrecht regionaal maar ook steeds meer (inter)nationaal nadrukkelijk als wielergemeente in beeld gekomen en staat de naam Woensdrecht steeds vaker op de affiches. Nogmaals, de wieleractiviteiten zijn niet iets van de laatste tijd en zijn ook niet zomaar enkele jaren geleden door een groepje vrijwilligers bedacht; absoluut niet.

Momenteel staat de wedstrijd “”Grote Prijs Adrie van der Poel” in de belangstelling, ook politiek. Deze wedstrijd is een Wereldbeker wedstrijd die alom bekend is en een zeer sterke sportieve reputatie heeft. Door deze sterke positieve reputatie is ze ook aantrekkelijk voor promotie doeleinden. U weet wel, Woensdrecht moet zich ook positioneren en dit om economische redenen.

 

Oud: Sport en historie.

Het noemen van Woensdrecht roept vooral twee iconen op: de Vliegbasis Woensdrecht en de Grote Prijs Adrie van der Poel. De eerste vanwege haar decennialange verbondenheid met ons grondgebied en haar inwoners; de tweede vooral om haar sportiviteit en grote media-aandacht. De Grote Prijs is 13 jaar geleden ontstaan tijdens de organisatie van een wedstrijd ter ere van het afscheid van Adrie van der Poel, die hier in Hoogerheide zijn imposante wielercarrière afsloot. Met respect voor deze wielerheld, de hulp en goodwill van de lokale bevolking en de vorming van een comité is de organisatie gewaarborgd. Het heersend wielervirus in onze gemeente blijkt ook uit de honderd jarige geschiedenis van de Sluitingsprijs Putte Kapellen, de wielerrondes in al onze kernen, de aankomsten van Olympia’s tour en de Eneco tour, de doorkomst Tour de France en het NK Cyclocross. We spreken van een wielerverleden en wielertoekomst. Kortom we spreken hier over wielergeschiedenis.

Ik proef een steeds groter wordende waardering voor onze gemeente als het gaat om het uitdragen van de wielersport. Ik merk dat wanneer ik met collega’s en met stakeholders uit de wielerwereld in den lande spreek. Ik merk dat wanneer ik met onze inwoners spreek.

Ik merk dat als ik de toenemende aantallen wielersporters- en toeristen voorbij zie komen. Dit alles vraagt om support en ondersteuning van het College van B&W en ook van de Woensdrechtse Gemeenteraad.

 

Nieuw: sport en recreatie.

Wat nieuw is, is de steeds intensievere relatie tussen wielersport en Recreatie en Toerisme. Wat nieuw is, is onze marketingaanpak en de wil om onze gemeente in Brabant en in Nederland te positioneren als wielergemeente, met als doel er ook positieve economische effecten mee te sorteren. Onze economie moet worden aangejaagd; zeker als het gaat om niet-primaire levensbehoeften zoals de recreatieve. Wanneer anderen dat laten liggen moeten wij, JUIST NU, onze kans pakken om onze positie te verstevigen. Juist in tijden van crisis zijn dergelijke investeringen en het toejuichen van initiatieven goed om de economie verder te stimuleren, ook omdat dit veel banen kan opleveren. Dit geldt niet alleen aan wielergerelateerde activiteiten maar ook voor de sector Toerisme en Recreatie en haar toeleveranciers. Het zijn de meest succesvolle ondernemingen die juist in economisch barre tijden durven te bewegen.

Het WK cyclocross krijgt, op sportief opzicht en haar positieve imago, grote erkenning door onze Gemeente. Daarnaast krijgt het organiserende comité Grote Prijs Adrie van der Poel dat ook nog eens door de Unie Cyclisme International. Hierbij refererend aan de woorden van de voorzitter van de UCI, Pat Mcquaid, die in 2009 vol trots tegen de internationale pers riep “These are the best WORLDS ever!”

 

Nog even de feiten op een rij.

  1. Het WK Cyclocross Hoogerheide 2009 was een groots evenement met deelname uit 24 landen, meer dan 52.000 toeschouwers, met ruim 41 miljoen TV kijkers World wide en met grote internationale media-aandacht. zowel nationaal als internationaal.
  2. Uit een representatief uitgevoerd belevingsonderzoek onder de lokale bevolking bleek dat 86 % van de ondervraagden geen bezwaren heeft tegen een gemeentelijke financiële bijdrage voor dit evenement. Slechts 4% is geen voorstander.
  3. Het comité Grote Prijs Adrie van der Poel heeft zich de afgelopen 13 jaar opgewerkt tot één van de toporganisaties binnen de cyclocrosssport wereldwijd. Dat is afgelopen seizoen nog eens extra benadrukt door de gewonnen prijs “Beste organisatie UCI cyclocross seizoen 2011-2012”.
  4.  De organisatie is al 13 jaar een stabiele en betrouwbare partner. Het 12 koppige comité, wat haar taken zonder winstoogmerk uitoefent, staat, samen met nog eens 600 vrijwilligers, garant voor kwaliteit. Er is altijd een open communicatie met het college van B&W en de Gemeenteraad.
  1. Economisch gezien heeft het evenement in 2009 voor 2,9  miljoen euro aan extra bestedingen opgeleverd waarvan 2,1 miljoen specifiek toe te rekenen aan het evenement en bovenop de bestedingen van de bezoekers.

6.   Wij krijgen als gemeente veel aandacht. Bv.: 35 uur live tv. Met een kostprijs van   € 500,00 per seconde betekent dat meer dan een €1.000.00,00 aan televisie omzet. We ontvangen meer dan 1800 journalisten, waarvan 450 schrijvende die zowel voor, tijdens als na het evenement over het WK Cyclocross in onze gemeente verslag doen in kranten, magazines en themabladen.

 

Mijn aanbeveling.

Ik kan niet anders dan dit evenement aanbevelen, ondernemers en andere betrokken aan te moedigen om te anticiperen. Om uw zaak nu al voor het consumentenvoetlicht te brengen. Niet afwijzen maar kansen grijpen. Dat kan! Nu al activiteiten rondom dit thema op starten betekent een lange reclame periode en meer free publicity. Juist in economisch moeilijke tijden moet je durven bewegen.

Stilzitten is geen optie. Investeren in de toekomst. Investeren in het WK cyclocross 2014 is investeren in het imago van Woensdrecht. Binnen deze dynamiek leeft en werkt u en binnen deze dynamiek doet u uw business. Daarmee jaagt u tevens de Toeristische sector verder aan. Geen tijd voor sentimenten.

Martin Groffen,

Wethouder Financiën, Cultuur en Toerisme en Recreatie,

6 november 2012.

GOEDE tijden, minder GOEDE tijden, of beter gezegd: GOEDE tijden.
okt 31st, 2012 by martin

Het zijn in bestuurlijk opzicht pittige tijden. Waarom? Het is in de politiek net als elders. Wanneer alles naar wens verloopt is iedereen tevreden. Wanneer zaken stroever gaan krijg je een splitsing van analisten, aanpakkers, loyale meewerkers en meedenkers en opponenten. Deze laatsten zijn zeer ontstemd over de situatie en vinden dat ze absoluut geen enkele rol in de totstandkoming van de mindere economische situatie hebben gehad en al helemaal geen bijdrage moeten leveren aan de verbetering ervan. Sterker afzetten op de groep die in hun ogen verantwoordelijk is, is naar hun mening het belangrijkste om zaken op orde te stellen. Heel herkenbaar zult u denken, dat is toch immers altijd zo! Doch het signaleren van problemen is één en een analyse is twee. We zitten midden in een financieel turbulente wereld. De rijksoverheid heeft gemeenten in 2010 geconfronteerd met bezuinigingen en decentralisatie van uitvoeringstaken. Bezuinigingen die ook voor onze gemeente Woensdrecht ingrijpend zijn. In de geschiedenis is binnen onze gemeente een dergelijke financiële operatie nog nooit voor gekomen. Ik heb gecalculeerd dat in eerste instantie onze begroting, ten tijde van het bekend worden van de landelijke financiële problemen, een bijstelling behoeft van 3,1 miljoen euro.

Met vereende krachten wordt de financiële problematiek bestreden. Ik zeg nadrukkelijk met vereende krachten want nimmer hebben Gemeenteraad, College van Burgemeester en Wethouders en haar ambtenaren, de Bevolking van Woensdrecht en Maatschappelijke partners zo nauw met elkaar samengewerkt om te komen tot een sluitende begroting. Een bevolkingsraadpleging, een enquête en diverse terugkoppelingen naar onze partners hebben geleid tot het voorstel waar de Gemeenteraad op 21 april 2011 mee heeft ingestemd. Hiermee is het slotakkoord van de kerntakendiscussie in gang gezet.

Bij de behandeling van de Kadernota 2012 zijn de besparende financiële effecten van de kerntakendiscussie voor het meerjarenbeleid doorgerekend. In 2012 hebben we een sluitende begroting waarbij verschillen in de 1e en 2e bestuursrapportages aan de Raad kenbaar worden gemaakt.

Voor het meerjarenprogramma moeten we rekening houden met de onzekerheid van de bezuinigingen die de overheid ons nog gaat opleggen. Niets is actueler dan dit gegeven. Als wethouder Financiën ben ik de afgelopen jaren geconfronteerd met een landelijke politieke situatie die als enige zekerheid laatzien dat één zaak zeker is, en dat is dat niets zeker is. Oh ja, toch wel! We zullen met zijn allen nog meer de broekriem moeten aanhalen. De koek wordt kleiner en een ieder wil zijn deel. Is dit dagelijkse theorie?, nee! Momenteel is anticiperen op politieke ontwikkelingen dagelijks werk. In eerste instantie hebben betrokkenen ingezet op hetgeen door Rutte 1 is geventileerd. En dat was financieel zwaar weer. Er zijn intussen nieuwe verkiezingen geweest. De uitslag hiervan dwingt ons tot acties die niet helemaal meer aansluiten bij de eerdere oplossingen die we in gedachte hadden. Naar mijn mening ligt het voor de hand dat er na de eerdere financiële bijstelling, gedaan in het Lenteakkoord, zich een volgende zal aandienen. Ik moet mij dus nu wederom de vragen gaan stellen:
– Wat zal de totale omvang worden?
– Welke beleidsvelden betreft het in hoofdzaak?
– Kunnen we de naar ons overgehevelde taken wel uitvoeren met de daarbij beschikbaar gestelde overheidsgelden?
– En hoeveel zijn die overheidsgelden?

Het bestuursakkoord is, met name voor het hoofdstuk “werken”, door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) niet voor akkoord getekend. VNG en regering waren het nog steeds niet met elkaar eens. Kortom, onduidelijkheid. Nee, toch niet. Duidelijkheid. We zullen onze structurele uitgaven naar beneden moeten bijstellen.
Is er dan nog goed nieuws ? Ja! Met de kerntakendiscussie, die in juni is gevoerd, is er al voor een groot deel voorgesorteerd op de moeilijke financiële periode die op ons afkomt. Dikke complimenten van mijn zijde aan de Gemeenteraad van Woensdrecht voor deze aanpak en de wijze waarop we samen door één deur zijn gegaan. We weten nu dat we meer als ooit tevoren op onze winkel moeten passen. Daarbij zijn goede rapportages en bijsturingsmomenten van wezenlijk belang om ons werk optimaal uit te voeren en de Gemeenteraad van Woensdrecht in positie te brengen en te houden om verantwoorde beslissingen te nemen. Verzuurd terugkijken en energie stoppen in  afrekenmomenten heeft geen zin. De kerntakendiscussie (bezuinigingsdiscussie) en kadernota en begroting zijn voor de komende jaren onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Deze rapportages zijn een zeer goed middel als het gaat om problemen voor de toekomst het hoofd te bieden, de lasten voor onze inwoners te nivelleren en de dienstverlening te waarborgen.

We moeten als nooit tevoren schouder aan schouder optrekken. Alleen dan worden de belangen van onze inwoners optimaal behartigd.

Pittige tijden? Goede tijden? Uiteraard. Voor de aanpakkers wel.
En onze burgers dan? Ja, die ondergaan individueel het nieuws en geven daar individueel hun interpretatie aan. Het is zoals het is. Wij als VVD nemen samen met onze coalitiepartners onze verantwoordelijkheid. Ieder zijn deel.
En de opponenten (tegensprekers/tegenstanders)? Die zullen er altijd zijn en zich altijd laten horen. De huidige maatschappelijke ontwikkelingen lenen zich daarvoor. De opponent kan dus naar hartelust tegenspreken. Ook voor hen Goede tijden. Toch?
Martin Groffen
Wethouder Financiën.

Een nieuwe digitale start
apr 19th, 2012 by martin

Vanaf mei zal ik u hier weer periodiek op de hoogte houden van mijn activiteiten als wethouder namens VVD Woensdrecht.

»  Substance:WordPress   »  Style:Ahren Ahimsa